betutteling

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Noun[edit]

betutteling f (uncountable)

  1. condescension
    De Vlaamse ontvoogding heeft nog steeds te stellen met betutteling onder andere uit linguistieke hoek, zoals bv. uit het etiket "Belgisch Nederlands" naar voor gaat.
    The Flemish Emancipation still has to struggle against things such as linguistic patronization as exemplified in the labeling of its languages as "Belgian Dutch".