gebeurend

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Participle[edit]

gebeurend

  1. present participle of gebeuren

Declension[edit]

Inflection of gebeurend
uninflected gebeurend
inflected gebeurende
comparative
positive
predicative/adverbial gebeurend
gebeurende
indefinite m./f. sing. gebeurende
n. sing. gebeurend
plural gebeurende
definite gebeurende
partitive gebeurends

Anagrams[edit]