gebeuren

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Etymology 1[edit]

From Middle Dutch geburen, from Old Dutch geburien ‎(to happen, occur), from Proto-Germanic *gaburjaną. Equivalent to ge- +‎ beuren.

Verb[edit]

gebeuren

  1. (intransitive) to happen
Inflection[edit]
Inflection of gebeuren (weak, prefixed)
infinitive gebeuren
past singular gebeurde
past participle gebeurd
infinitive gebeuren
gerund gebeuren n
verbal noun
present tense past tense
1st person singular gebeur gebeurde
2nd person sing. (jij) gebeurt gebeurde
2nd person sing. (u) gebeurt gebeurde
2nd person sing. (gij) gebeurt gebeurde
3rd person singular gebeurt gebeurde
plural gebeuren gebeurden
subjunctive sing.1 gebeure gebeurde
subjunctive plur.1 gebeuren gebeurden
imperative sing. gebeur
imperative plur.1 gebeurt
participles gebeurend gebeurd
1) Archaic.
Derived terms[edit]
Related terms[edit]

Etymology 2[edit]

Gerund of the verb gebeuren.

Noun[edit]

gebeuren n ‎(uncountable)

  1. Something which is happening or which happened; event