ingrijpend

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Participle[edit]

ingrijpend

  1. present participle of ingrijpen

Declension[edit]

Inflection of ingrijpend
uninflected ingrijpend
inflected ingrijpende
comparative
positive
predicative/adverbial ingrijpend
ingrijpende
indefinite m./f. sing. ingrijpende
n. sing. ingrijpend
plural ingrijpende
definite ingrijpende
partitive ingrijpends


Adjective[edit]

ingrijpend (comparative ingrijpender, superlative ingrijpendst)

  1. Radical, thoroughgoing.

Declension[edit]

Inflection of ingrijpend
uninflected ingrijpend
inflected ingrijpende
comparative ingrijpender
positive comparative superlative
predicative/adverbial ingrijpend ingrijpender het ingrijpendst
het ingrijpendste
indefinite m./f. sing. ingrijpende ingrijpendere ingrijpendste
n. sing. ingrijpend ingrijpender ingrijpendste
plural ingrijpende ingrijpendere ingrijpendste
definite ingrijpende ingrijpendere ingrijpendste
partitive ingrijpends ingrijpenders