onverenigbaar

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Etymology[edit]

on- +‎ verenigbaar

Pronunciation[edit]

Adjective[edit]

onverenigbaar ‎(comparative onverenigbaarder, superlative onverenigbaarst)

  1. incompatible

Declension[edit]

Inflection of onverenigbaar
uninflected onverenigbaar
inflected onverenigbare
comparative onverenigbaarder
positive comparative superlative
predicative/adverbial onverenigbaar onverenigbaarder het onverenigbaarst
het onverenigbaarste
indefinite m./f. sing. onverenigbare onverenigbaardere onverenigbaarste
n. sing. onverenigbaar onverenigbaarder onverenigbaarste
plural onverenigbare onverenigbaardere onverenigbaarste
definite onverenigbare onverenigbaardere onverenigbaarste
partitive onverenigbaars onverenigbaarders

Antonyms[edit]