op handen zijn

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Verb[edit]

op handen zijn ‎(past singular was op handen, past participle op handen geweest)

  1. To be close at hand; to be imminent.
    Er is weer een revolutie op handen.
    There's another revolution at hand.

Conjugation[edit]