opmerkelijk

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Etymology[edit]

opmerken +‎ -lijk

Pronunciation[edit]

Adjective[edit]

opmerkelijk ‎(comparative opmerkelijker, superlative opmerkelijkst)

  1. remarkable

Declension[edit]

Inflection of opmerkelijk
uninflected opmerkelijk
inflected opmerkelijke
comparative opmerkelijker
positive comparative superlative
predicative/adverbial opmerkelijk opmerkelijker het opmerkelijkst
het opmerkelijkste
indefinite m./f. sing. opmerkelijke opmerkelijkere opmerkelijkste
n. sing. opmerkelijk opmerkelijker opmerkelijkste
plural opmerkelijke opmerkelijkere opmerkelijkste
definite opmerkelijke opmerkelijkere opmerkelijkste
partitive opmerkelijks opmerkelijkers

Adverb[edit]

opmerkelijk

  1. remarkably