opwekken

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Etymology[edit]

op- +‎ wekken

Verb[edit]

opwekken

  1. to generate
  2. to excite, stimulate

Inflection[edit]

Inflection of opwekken (weak, separable)
infinitive opwekken
past singular wekte op
past participle opgewekt
infinitive opwekken
gerund opwekken n
verbal noun
main clause subordinate clause
present tense past tense present tense past tense
1st person singular wek op wekte op opwek opwekte
2nd person sing. (jij) wekt op wekte op opwekt opwekte
2nd person sing. (u) wekt op wekte op opwekt opwekte
2nd person sing. (gij) wekt op wekte op opwekt opwekte
3rd person singular wekt op wekte op opwekt opwekte
plural wekken op wekten op opwekken opwekten
subjunctive sing.1 wekke op wekte op opwekke opwekte
subjunctive plur.1 wekken op wekten op opwekken opwekten
imperative sing. wek op
imperative plur.1 wekt op
participles opwekkend opgewekt
1) Archaic.

Derived terms[edit]

Anagrams[edit]