roerloos

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Etymology[edit]

From roeren (to stir, to move) +‎ -loos.

Pronunciation[edit]

Adjective[edit]

roerloos (comparative roerlozer, superlative meest roerloos or roerloost)

  1. motionless

Inflection[edit]

Inflection of roerloos
uninflected roerloos
inflected roerloze
comparative roerlozer
positive comparative superlative
predicative/adverbial roerloos roerlozer het roerloost
het roerlooste
indefinite m./f. sing. roerloze roerlozere roerlooste
n. sing. roerloos roerlozer roerlooste
plural roerloze roerlozere roerlooste
definite roerloze roerlozere roerlooste
partitive roerloos roerlozers