aanmerkelijk

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Adjective[edit]

aanmerkelijk (comparative aanmerkelijker, superlative aanmerkelijkst)

  1. considerable

Declension[edit]

Inflection of aanmerkelijk
uninflected aanmerkelijk
inflected aanmerkelijke
comparative aanmerkelijker
positive comparative superlative
predicative/adverbial aanmerkelijk aanmerkelijker het aanmerkelijkst
het aanmerkelijkste
indefinite m./f. sing. aanmerkelijke aanmerkelijkere aanmerkelijkste
n. sing. aanmerkelijk aanmerkelijker aanmerkelijkste
plural aanmerkelijke aanmerkelijkere aanmerkelijkste
definite aanmerkelijke aanmerkelijkere aanmerkelijkste
partitive aanmerkelijks aanmerkelijkers