afwijkend

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Adjective[edit]

afwijkend ‎(comparative afwijkender, superlative afwijkendst)

  1. deviating, differing

Declension[edit]

Inflection of afwijkend
uninflected afwijkend
inflected afwijkende
comparative afwijkender
positive comparative superlative
predicative/adverbial afwijkend afwijkender het afwijkendst
het afwijkendste
indefinite m./f. sing. afwijkende afwijkendere afwijkendste
n. sing. afwijkend afwijkender afwijkendste
plural afwijkende afwijkendere afwijkendste
definite afwijkende afwijkendere afwijkendste
partitive afwijkends afwijkenders

Participle[edit]

afwijkend

  1. present participle of afwijken

Declension[edit]

Inflection of afwijkend
uninflected afwijkend
inflected afwijkende
comparative
positive
predicative/adverbial afwijkend
afwijkende
indefinite m./f. sing. afwijkende
n. sing. afwijkend
plural afwijkende
definite afwijkende
partitive afwijkends