auditief

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Adjective[edit]

auditief (comparative auditiever, superlative auditiefst)

  1. auditory

Declension[edit]

Inflection of auditief
uninflected auditief
inflected auditieve
comparative auditiever
positive comparative superlative
predicative/adverbial auditief auditiever het auditiefst
het auditiefste
indefinite m./f. sing. auditieve auditievere auditiefste
n. sing. auditief auditiever auditiefste
plural auditieve auditievere auditiefste
definite auditieve auditievere auditiefste
partitive auditiefs auditievers