bioscoop

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Dutch Wikipedia has an article on:
Wikipedia nl

Alternative forms[edit]

  • bios (shortening; theater sense only)

Pronunciation[edit]

  • (file)
  • Hyphenation: bio‧scoop

Etymology[edit]

bio- +‎ -scoop: ultimately from Ancient Greek βίος (bíos, bio-, life) + σκοπέω (skopéō, I look at), thus roughly “watching life”, via French bioscope and/or German Bioscop (now spelt Bioskop), a term used in the names of two early film projectors, developed by the Frenchman Georges Demenÿ and the German Max Skladanowsky, respectively. Compare English bioscope.

Noun[edit]

bioscoop m (plural bioscopen, diminutive bioscoopje n)

  1. A cinema; movie theater
    • 2011, Remco Campert, Mijn eenmanszaak, De Bezige Bij.
      Een vereiste is dat er publiek is in de bioscoop, maar liefst geen volle zaal. Te veel publiek leidt af.
  2. (usually diminutive) A visit at the cinema; a film seen there
    • 1999, Carry Slee, Kappen!, FMB uitgevers.
      'Wat nou?' zegt Tom. 'Dat is heus niet alles, hoor. Ik wil het echt goed maken. Ik trakteer Sander op een bioscoopje.'
    • 2013, Willem Brakman, Een winterreis, Querido, 5th edition (e-book) (1st edition 1961).
      Wanneer Akijn zijn vader ging bezoeken, zorgde hij er meestal voorna het bezoek iets prettigs in het vooruitzicht te hebben: het bezoek aan een vriend, een wandeling of een bioscoopje.
  3. (obsolete) A bioscope; motion-picture projector
    • 1912, De Ingenieur, volume 27, N.V. A. Oosthoek, 289.
      De heer Münch heeft films doen vervaardigen, waarop teekeningen zijn gereproduceerd om met de bioscoop verschillende onderwerpen, vooral op het gebied van de wiskunde, te verduidelijken.
    • 1949, Maurits Dekker, Het merkteken, Moussault, 130.
      Hij had al veel gehoord over die bewegende toverlantaarn, die bioscoop werd genoemd en er zelfs een stuk in de krant over gelezen, maar gezien had hij het nog niet.

Synonyms[edit]

Derived terms[edit]

Related terms[edit]