bosbewoner

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Afrikaans[edit]

Etymology[edit]

From Dutch bosbewoner.

Noun[edit]

bosbewoner (plural bosbewoners, diminutive bosbewonertjie)

  1. forest dweller

Dutch[edit]

Etymology[edit]

From bos (forest) +‎ bewoner (dweller)

Noun[edit]

bosbewoner m (plural bosbewoners, diminutive bosbewonertje n, feminine bosbewoonster)

  1. forest dweller

Descendants[edit]