deelbaar

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Etymology[edit]

delen +‎ -baar

Pronunciation[edit]

Adjective[edit]

deelbaar (comparative deelbaarder, superlative deelbaarst)

  1. divisible

Declension[edit]

Inflection of deelbaar
uninflected deelbaar
inflected deelbare
comparative deelbaarder
positive comparative superlative
predicative/adverbial deelbaar deelbaarder het deelbaarst
het deelbaarste
indefinite m./f. sing. deelbare deelbaardere deelbaarste
n. sing. deelbaar deelbaarder deelbaarste
plural deelbare deelbaardere deelbaarste
definite deelbare deelbaardere deelbaarste
partitive deelbaars deelbaarders

Anagrams[edit]