degelijk

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Adjective[edit]

degelijk (comparative degelijker, superlative degelijkst)

  1. sound, solid
  2. honest

Declension[edit]

Inflection of degelijk
uninflected degelijk
inflected degelijke
comparative degelijker
positive comparative superlative
predicative/adverbial degelijk degelijker het degelijkst
het degelijkste
indefinite m./f. sing. degelijke degelijkere degelijkste
n. sing. degelijk degelijker degelijkste
plural degelijke degelijkere degelijkste
definite degelijke degelijkere degelijkste
partitive degelijks degelijkers

Adverb[edit]

degelijk

  1. roundly, squarely