denkbaar

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Etymology[edit]

denken +‎ -baar

Pronunciation[edit]

Adjective[edit]

denkbaar ‎(comparative denkbaarder, superlative denkbaarst)

  1. conceivable, thinkable

Declension[edit]

Inflection of denkbaar
uninflected denkbaar
inflected denkbare
comparative denkbaarder
positive comparative superlative
predicative/adverbial denkbaar denkbaarder het denkbaarst
het denkbaarste
indefinite m./f. sing. denkbare denkbaardere denkbaarste
n. sing. denkbaar denkbaarder denkbaarste
plural denkbare denkbaardere denkbaarste
definite denkbare denkbaardere denkbaarste
partitive denkbaars denkbaarders

Antonyms[edit]