drinkbaar

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Etymology[edit]

drinken +‎ -baar

Pronunciation[edit]

Adjective[edit]

drinkbaar ‎(comparative drinkbaarder, superlative drinkbaarst)

  1. drinkable

Declension[edit]

Inflection of drinkbaar
uninflected drinkbaar
inflected drinkbare
comparative drinkbaarder
positive comparative superlative
predicative/adverbial drinkbaar drinkbaarder het drinkbaarst
het drinkbaarste
indefinite m./f. sing. drinkbare drinkbaardere drinkbaarste
n. sing. drinkbaar drinkbaarder drinkbaarste
plural drinkbare drinkbaardere drinkbaarste
definite drinkbare drinkbaardere drinkbaarste
partitive drinkbaars drinkbaarders

Antonyms[edit]