efficiënt

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search
See also: efficient

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Adjective[edit]

efficiënt ‎(comparative efficiënter, superlative efficiëntst)

  1. efficient

Inflection[edit]

Inflection of efficiënt
uninflected efficiënt
inflected efficiënte
comparative efficiënter
positive comparative superlative
predicative/adverbial efficiënt efficiënter het efficiëntst
het efficiëntste
indefinite m./f. sing. efficiënte efficiëntere efficiëntste
n. sing. efficiënt efficiënter efficiëntste
plural efficiënte efficiëntere efficiëntste
definite efficiënte efficiëntere efficiëntste
partitive efficiënts efficiënters

Synonyms[edit]

Antonyms[edit]

Derived terms[edit]