eigenlijk

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Etymology[edit]

eigen +‎ -lijk

Adjective[edit]

eigenlijk ‎(not comparable)

  1. actual
    Dit historisch feit wordt gezien als het eigenlijke begin van de opstand tegen Filips II en zijn gouverneur Alva.[1] — This historical fact became seen as the actual beginning of the rebellion against Philip II and his governor Alva.

Inflection[edit]

Inflection of eigenlijk
uninflected eigenlijk
inflected eigenlijke
comparative
positive
predicative/adverbial eigenlijk
indefinite m./f. sing. eigenlijke
n. sing. eigenlijk
plural eigenlijke
definite eigenlijke
partitive eigenlijks

Adverb[edit]

eigenlijk

  1. actually, really, in reality
    Het lijkt op een auto, maar eigenlijk is het een fiets.
    It looks like a car, but it's really a bicycle.