galvaniseren

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

  • IPA(key): /ˌɣɑlvaːniˈzeːrə(n)/
  • (file)

Verb[edit]

galvaniseren ‎(past singular galvaniseerde, past participle gegalvaniseerd)

  1. to galvanize

Conjugation[edit]

Inflection of galvaniseren (weak)
infinitive galvaniseren
past singular galvaniseerde
past participle gegalvaniseerd
infinitive galvaniseren
gerund galvaniseren n
verbal noun
present tense past tense
1st person singular galvaniseer galvaniseerde
2nd person sing. (jij) galvaniseert galvaniseerde
2nd person sing. (u) galvaniseert galvaniseerde
2nd person sing. (gij) galvaniseert galvaniseerde
3rd person singular galvaniseert galvaniseerde
plural galvaniseren galvaniseerden
subjunctive sing.1 galvanisere galvaniseerde
subjunctive plur.1 galvaniseren galvaniseerden
imperative sing. galvaniseer
imperative plur.1 galvaniseert
participles galvaniserend gegalvaniseerd
1) Archaic.