geneeskrachtig

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Etymology[edit]

genees +‎ krachtig

Adjective[edit]

geneeskrachtig (comparative geneeskrachtiger, superlative geneeskrachtigst)

  1. medicinal

Inflection[edit]

Inflection of geneeskrachtig
uninflected geneeskrachtig
inflected geneeskrachtige
comparative geneeskrachtiger
positive comparative superlative
predicative/adverbial geneeskrachtig geneeskrachtiger het geneeskrachtigst
het geneeskrachtigste
indefinite m./f. sing. geneeskrachtige geneeskrachtigere geneeskrachtigste
n. sing. geneeskrachtig geneeskrachtiger geneeskrachtigste
plural geneeskrachtige geneeskrachtigere geneeskrachtigste
definite geneeskrachtige geneeskrachtigere geneeskrachtigste
partitive geneeskrachtigs geneeskrachtigers