gewaar

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to navigation Jump to search

Dutch[edit]

Etymology[edit]

From Middle Dutch ghewaer, from Old Dutch *giwar, from Proto-Germanic *waraz.

Pronunciation[edit]

  • (file)

Adjective[edit]

gewaar (comparative gewaarder, superlative gewaarst)

  1. (archaic, except in fixed phrases) aware, noticing something

Inflection[edit]

Inflection of gewaar
uninflected gewaar
inflected geware
comparative gewaarder
positive comparative superlative
predicative/adverbial gewaar gewaarder het gewaarst
het gewaarste
indefinite m./f. sing. geware gewaardere gewaarste
n. sing. gewaar gewaarder gewaarste
plural geware gewaardere gewaarste
definite geware gewaardere gewaarste
partitive gewaars gewaarders

Derived terms[edit]