houdbaar

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Etymology[edit]

houden ‎(to retain) +‎ -baar

Pronunciation[edit]

Adjective[edit]

houdbaar ‎(comparative houdbaarder, superlative houdbaarst)

  1. preservable

Declension[edit]

Inflection of houdbaar
uninflected houdbaar
inflected houdbare
comparative houdbaarder
positive comparative superlative
predicative/adverbial houdbaar houdbaarder het houdbaarst
het houdbaarste
indefinite m./f. sing. houdbare houdbaardere houdbaarste
n. sing. houdbaar houdbaarder houdbaarste
plural houdbare houdbaardere houdbaarste
definite houdbare houdbaardere houdbaarste
partitive houdbaars houdbaarders