keizerlijk

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Etymology[edit]

From keizer +‎ -lijk

Adjective[edit]

keizerlijk (comparative keizerlijker, superlative keizerlijkst)

  1. imperial

Inflection[edit]

Inflection of keizerlijk
uninflected keizerlijk
inflected keizerlijke
comparative keizerlijker
positive comparative superlative
predicative/adverbial keizerlijk keizerlijker het keizerlijkst
het keizerlijkste
indefinite m./f. sing. keizerlijke keizerlijkere keizerlijkste
n. sing. keizerlijk keizerlijker keizerlijkste
plural keizerlijke keizerlijkere keizerlijkste
definite keizerlijke keizerlijkere keizerlijkste
partitive keizerlijks keizerlijkers