klaarblijkelijk

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Etymology[edit]

From klaar (clearly) +‎ blijkelijk (apparent).

Adjective[edit]

klaarblijkelijk (comparative klaarblijkelijker, superlative klaarblijkelijkst)

  1. obvious, evident

Inflection[edit]

Inflection of klaarblijkelijk
uninflected klaarblijkelijk
inflected klaarblijkelijke
comparative klaarblijkelijker
positive comparative superlative
predicative/adverbial klaarblijkelijk klaarblijkelijker het klaarblijkelijkst
het klaarblijkelijkste
indefinite m./f. sing. klaarblijkelijke klaarblijkelijkere klaarblijkelijkste
n. sing. klaarblijkelijk klaarblijkelijker klaarblijkelijkste
plural klaarblijkelijke klaarblijkelijkere klaarblijkelijkste
definite klaarblijkelijke klaarblijkelijkere klaarblijkelijkste
partitive klaarblijkelijks klaarblijkelijkers