moeiteloos

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Etymology[edit]

moeite +‎ -loos

Adjective[edit]

moeiteloos ‎(comparative moeitelozer, superlative meest moeiteloos or moeiteloost)

  1. effortless

Inflection[edit]

Inflection of moeiteloos
uninflected moeiteloos
inflected moeiteloze
comparative moeitelozer
positive comparative superlative
predicative/adverbial moeiteloos moeitelozer het moeiteloost
het moeitelooste
indefinite m./f. sing. moeiteloze moeitelozere moeitelooste
n. sing. moeiteloos moeitelozer moeitelooste
plural moeiteloze moeitelozere moeitelooste
definite moeiteloze moeitelozere moeitelooste
partitive moeiteloos moeitelozers

Adverb[edit]

moeiteloos

  1. effortlessly