noordwaarts

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Etymology[edit]

From noord (nord) +‎ -waarts (-wards).

Adjective[edit]

noordwaarts (comparative noordwaartser, superlative meest noordwaarts or noordwaartst)

  1. northward, northerly

Inflection[edit]

Inflection of noordwaarts
uninflected noordwaarts
inflected noordwaartse
comparative noordwaartser
positive comparative superlative
predicative/adverbial noordwaarts noordwaartser het noordwaartst
het noordwaartste
indefinite m./f. sing. noordwaartse noordwaartsere noordwaartste
n. sing. noordwaarts noordwaartser noordwaartste
plural noordwaartse noordwaartsere noordwaartste
definite noordwaartse noordwaartsere noordwaartste
partitive noordwaarts noordwaartsers

Adverb[edit]

noordwaarts

  1. northwards