ondoordacht

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Etymology[edit]

From on- +‎ doordacht.

Adjective[edit]

ondoordacht (comparative ondoordachter, superlative ondoordachtst)

  1. thoughtless, rash, not thought through

Inflection[edit]

Inflection of ondoordacht
uninflected ondoordacht
inflected ondoordachte
comparative ondoordachter
positive comparative superlative
predicative/adverbial ondoordacht ondoordachter het ondoordachtst
het ondoordachtste
indefinite m./f. sing. ondoordachte ondoordachtere ondoordachtste
n. sing. ondoordacht ondoordachter ondoordachtste
plural ondoordachte ondoordachtere ondoordachtste
definite ondoordachte ondoordachtere ondoordachtste
partitive ondoordachts ondoordachters