onmisbaar

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to navigation Jump to search

Dutch[edit]

Etymology[edit]

on- +‎ misbaar (dispensable)

Pronunciation[edit]

  • (file)
  • IPA(key): /ɔˈmɪzˌbaːr/

Adjective[edit]

onmisbaar (comparative onmisbaarder, superlative onmisbaarst)

  1. indispensable
    Synonym: onontbeerlijk

Inflection[edit]

Inflection of onmisbaar
uninflected onmisbaar
inflected onmisbare
comparative onmisbaarder
positive comparative superlative
predicative/adverbial onmisbaar onmisbaarder het onmisbaarst
het onmisbaarste
indefinite m./f. sing. onmisbare onmisbaardere onmisbaarste
n. sing. onmisbaar onmisbaarder onmisbaarste
plural onmisbare onmisbaardere onmisbaarste
definite onmisbare onmisbaardere onmisbaarste
partitive onmisbaars onmisbaarders