ontaard

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Adjective[edit]

ontaard ‎(not comparable)

  1. (physics) degenerate

Declension[edit]

Inflection of ontaard
uninflected ontaard
inflected ontaarde
comparative
positive
predicative/adverbial ontaard
indefinite m./f. sing. ontaarde
n. sing. ontaard
plural ontaarde
definite ontaarde
partitive ontaards

Verb[edit]

ontaard

  1. first-person singular present indicative of ontaarden
  2. imperative of ontaarden

Participle[edit]

ontaard

  1. past participle of ontaarden

Declension[edit]

Inflection of ontaard
uninflected ontaard
inflected ontaarde
comparative
positive
predicative/adverbial ontaard
indefinite m./f. sing. ontaarde
n. sing. ontaard
plural ontaarde
definite ontaarde
partitive ontaards