ontruimen

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Etymology[edit]

ont- +‎ ruimen

Pronunciation[edit]

Verb[edit]

ontruimen (past singular ontruimde, past participle ontruimd)

  1. to clear, evacuate

Conjugation[edit]

Inflection of ontruimen (weak, prefixed)
infinitive ontruimen
past singular ontruimde
past participle ontruimd
infinitive ontruimen
gerund ontruimen n
verbal noun
present tense past tense
1st person singular ontruim ontruimde
2nd person sing. (jij) ontruimt ontruimde
2nd person sing. (u) ontruimt ontruimde
2nd person sing. (gij) ontruimt ontruimde
3rd person singular ontruimt ontruimde
plural ontruimen ontruimden
subjunctive sing.1 ontruime ontruimde
subjunctive plur.1 ontruimen ontruimden
imperative sing. ontruim
imperative plur.1 ontruimt
participles ontruimend ontruimd
1) Archaic.

Synonyms[edit]