onwerkelijk

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Etymology[edit]

From on- +‎ werkelijk.

Adjective[edit]

onwerkelijk (comparative onwerkelijker, superlative onwerkelijkst)

  1. unreal, fake, illusory
  2. surreal

Inflection[edit]

Inflection of onwerkelijk
uninflected onwerkelijk
inflected onwerkelijke
comparative onwerkelijker
positive comparative superlative
predicative/adverbial onwerkelijk onwerkelijker het onwerkelijkst
het onwerkelijkste
indefinite m./f. sing. onwerkelijke onwerkelijkere onwerkelijkste
n. sing. onwerkelijk onwerkelijker onwerkelijkste
plural onwerkelijke onwerkelijkere onwerkelijkste
definite onwerkelijke onwerkelijkere onwerkelijkste
partitive onwerkelijks onwerkelijkers

Synonyms[edit]