overblijfsel

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Etymology[edit]

overblijf ‎(stem of overblijven) +‎ -sel

Pronunciation[edit]

Noun[edit]

overblijfsel n ‎(plural overblijfselen or overblijfsels, diminutive overblijfseltje n)

  1. remain, vestige