rijzig

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Etymology[edit]

rijzen (to rise) +‎ -ig (-y, -ish)

Adjective[edit]

rijzig (comparative rijziger, superlative rijzigst)

  1. tall, risen high; mainly used in positive descriptions of living beings and architecture

Inflection[edit]

Inflection of rijzig
uninflected rijzig
inflected rijzige
comparative rijziger
positive comparative superlative
predicative/adverbial rijzig rijziger het rijzigst
het rijzigste
indefinite m./f. sing. rijzige rijzigere rijzigste
n. sing. rijzig rijziger rijzigste
plural rijzige rijzigere rijzigste
definite rijzige rijzigere rijzigste
partitive rijzigs rijzigers