schijtlijster

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Etymology[edit]

From the verbal stem of schijten(to shit) +‎ lijster(thrush) (a reputedly timid bird species).

Noun[edit]

schijtlijster f, m ‎(plural schijtlijsters, diminutive schijtlijstertje n)

  1. (vulgar, pejorative) term of abuse for a coward
    • 2015 August 23, Wilfried van der Bles, "Lutz Jacobi staat pal voor Friesland", Trouw.
      Het tv-programma 'Koefnoen' maakte een nummer over haar, waarbij zij een doodsbenauwde Castricum intimiderend achterna zat in plaats van andersom. "Toen ik hem weer tegenkwam zei ik pesterig: schijtlijster. Hij heeft me nooit meer geïnterviewd."

Synonyms[edit]