subjectief

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Adjective[edit]

subjectief (comparative subjectiever, superlative subjectiefst)

  1. subjective

Inflection[edit]

Inflection of subjectief
uninflected subjectief
inflected subjectieve
comparative subjectiever
positive comparative superlative
predicative/adverbial subjectief subjectiever het subjectiefst
het subjectiefste
indefinite m./f. sing. subjectieve subjectievere subjectiefste
n. sing. subjectief subjectiever subjectiefste
plural subjectieve subjectievere subjectiefste
definite subjectieve subjectievere subjectiefste
partitive subjectiefs subjectievers

Antonyms[edit]

Derived terms[edit]