teleurgesteld

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Adjective[edit]

teleurgesteld ‎(comparative teleurgestelder, superlative teleurgesteldst)

  1. disappointed

Inflection[edit]

Inflection of teleurgesteld
uninflected teleurgesteld
inflected teleurgestelde
comparative teleurgestelder
positive comparative superlative
predicative/adverbial teleurgesteld teleurgestelder het teleurgesteldst
het teleurgesteldste
indefinite m./f. sing. teleurgestelde teleurgesteldere teleurgesteldste
n. sing. teleurgesteld teleurgestelder teleurgesteldste
plural teleurgestelde teleurgesteldere teleurgesteldste
definite teleurgestelde teleurgesteldere teleurgesteldste
partitive teleurgestelds teleurgestelders

Participle[edit]

teleurgesteld

  1. past participle of teleurstellen

Inflection[edit]

Inflection of teleurgesteld
uninflected teleurgesteld
inflected teleurgestelde
comparative
positive
predicative/adverbial teleurgesteld
indefinite m./f. sing. teleurgestelde
n. sing. teleurgesteld
plural teleurgestelde
definite teleurgestelde
partitive teleurgestelds