toegankelijk

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Etymology[edit]

toegang +‎ -lijk

Adjective[edit]

toegankelijk ‎(comparative toegankelijker, superlative toegankelijkst)

  1. accessible

Inflection[edit]

Inflection of toegankelijk
uninflected toegankelijk
inflected toegankelijke
comparative toegankelijker
positive comparative superlative
predicative/adverbial toegankelijk toegankelijker het toegankelijkst
het toegankelijkste
indefinite m./f. sing. toegankelijke toegankelijkere toegankelijkste
n. sing. toegankelijk toegankelijker toegankelijkste
plural toegankelijke toegankelijkere toegankelijkste
definite toegankelijke toegankelijkere toegankelijkste
partitive toegankelijks toegankelijkers

Derived terms[edit]