toeval

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Etymology[edit]

toe- +‎ val

Pronunciation[edit]

Noun[edit]

toeval n (plural toevallen, diminutive toevalletje n)

  1. accident, chance
    In september 1928 ontdekte Fleming eigenlijk bij toeval dat in de buurt van een bepaalde schimmel die per ongeluk bij een van zijn bacteriekoloniën was gekomen geen bacteriën groeiden.[1] — In September 1928 Fleming discovered, actually by serendipity, that in the neighborhood of a certain fungus that through bad luck had come into one of his bacteria colonies, no bacteria grew.
  2. an attack (of epilepsy)