verwoorden

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Etymology[edit]

From ver- +‎ woord.

Pronunciation[edit]

  • (file)
  • Hyphenation: ver‧woor‧den

Verb[edit]

verwoorden ‎(past singular verwoordde, past participle verwoord)

  1. to word, to express in words, to formulate

Conjugation[edit]

Inflection of verwoorden (weak, prefixed)
infinitive verwoorden
past singular verwoordde
past participle verwoord
infinitive verwoorden
gerund verwoorden n
verbal noun
present tense past tense
1st person singular verwoord verwoordde
2nd person sing. (jij) verwoordt verwoordde
2nd person sing. (u) verwoordt verwoordde
2nd person sing. (gij) verwoordt verwoordde
3rd person singular verwoordt verwoordde
plural verwoorden verwoordden
subjunctive sing.1 verwoorde verwoordde
subjunctive plur.1 verwoorden verwoordden
imperative sing. verwoord
imperative plur.1 verwoordt
participles verwoordend verwoord
1) Archaic.

Synonyms[edit]