aanstaand

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Adjective[edit]

aanstaand ‎(not comparable)

  1. coming, next, future

Declension[edit]

Inflection of aanstaand
uninflected aanstaand
inflected aanstaande
comparative
positive
predicative/adverbial aanstaand
indefinite m./f. sing. aanstaande
n. sing. aanstaand
plural aanstaande
definite aanstaande
partitive aanstaands