achteloos

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

  • (file)
  • Hyphenation: ach‧te‧loos

Etymology[edit]

acht ‎(attention) +‎ -e- +‎ -loos ‎(-less)

Adjective[edit]

achteloos ‎(comparative achtelozer, superlative meest achteloos or achteloost)

  1. careless

Inflection[edit]

Inflection of achteloos
uninflected achteloos
inflected achteloze
comparative achtelozer
positive comparative superlative
predicative/adverbial achteloos achtelozer het achteloost
het achtelooste
indefinite m./f. sing. achteloze achtelozere achtelooste
n. sing. achteloos achtelozer achtelooste
plural achteloze achtelozere achtelooste
definite achteloze achtelozere achtelooste
partitive achteloos achtelozers

Derived terms[edit]