ambtelijk

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Adjective[edit]

ambtelijk (comparative ambtelijker, superlative ambtelijkst)

  1. official
    Zonder een ambtelijk bevel. - Without an official order.

Declension[edit]

Inflection of ambtelijk
uninflected ambtelijk
inflected ambtelijke
comparative ambtelijker
positive comparative superlative
predicative/adverbial ambtelijk ambtelijker het ambtelijkst
het ambtelijkste
indefinite m./f. sing. ambtelijke ambtelijkere ambtelijkste
n. sing. ambtelijk ambtelijker ambtelijkste
plural ambtelijke ambtelijkere ambtelijkste
definite ambtelijke ambtelijkere ambtelijkste
partitive ambtelijks ambtelijkers