avontuurlijk

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Etymology[edit]

avontuur 'adventure' + -lijk '-ly'

Adjective[edit]

avontuurlijk ‎(comparative avontuurlijker, superlative avontuurlijkst)

  1. Like an adventure, dangerous, eventful, exciting
    Wat een avontuurlijke reis! Zijn verhaal is boeiender dan TV.
    What an exciting journey! His story is more fascinating then TV.
  2. Daring, adventurous, accepting risks
    De avontuurlijke knaap vond belevenissen het risco van billenkoek wel waard
    The adventurous knave considered experiences worth risking a spanking

Inflection[edit]

Inflection of avontuurlijk
uninflected avontuurlijk
inflected avontuurlijke
comparative avontuurlijker
positive comparative superlative
predicative/adverbial avontuurlijk avontuurlijker het avontuurlijkst
het avontuurlijkste
indefinite m./f. sing. avontuurlijke avontuurlijkere avontuurlijkste
n. sing. avontuurlijk avontuurlijker avontuurlijkste
plural avontuurlijke avontuurlijkere avontuurlijkste
definite avontuurlijke avontuurlijkere avontuurlijkste
partitive avontuurlijks avontuurlijkers

Synonyms[edit]

Derived terms[edit]

Related terms[edit]