betrouwbaar

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Etymology[edit]

betrouwen +‎ -baar

Pronunciation[edit]

Adjective[edit]

betrouwbaar ‎(comparative betrouwbaarder, superlative betrouwbaarst)

  1. trustworthy

Declension[edit]

Inflection of betrouwbaar
uninflected betrouwbaar
inflected betrouwbare
comparative betrouwbaarder
positive comparative superlative
predicative/adverbial betrouwbaar betrouwbaarder het betrouwbaarst
het betrouwbaarste
indefinite m./f. sing. betrouwbare betrouwbaardere betrouwbaarste
n. sing. betrouwbaar betrouwbaarder betrouwbaarste
plural betrouwbare betrouwbaardere betrouwbaarste
definite betrouwbare betrouwbaardere betrouwbaarste
partitive betrouwbaars betrouwbaarders