bevoegd

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Adjective[edit]

bevoegd (not comparable)

  1. competent
  2. qualified

Declension[edit]

Inflection of bevoegd
uninflected bevoegd
inflected bevoegde
comparative
positive
predicative/adverbial bevoegd
indefinite m./f. sing. bevoegde
n. sing. bevoegd
plural bevoegde
definite bevoegde
partitive bevoegds

Derived terms[edit]