bijgelovig

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Etymology[edit]

From bijgeloof +‎ -ig.

Pronunciation[edit]

Adjective[edit]

bijgelovig (comparative bijgeloviger, superlative bijgelovigst)

  1. superstitious

Declension[edit]

Inflection of bijgelovig
uninflected bijgelovig
inflected bijgelovige
comparative bijgeloviger
positive comparative superlative
predicative/adverbial bijgelovig bijgeloviger het bijgelovigst
het bijgelovigste
indefinite m./f. sing. bijgelovige bijgelovigere bijgelovigste
n. sing. bijgelovig bijgeloviger bijgelovigste
plural bijgelovige bijgelovigere bijgelovigste
definite bijgelovige bijgelovigere bijgelovigste
partitive bijgelovigs bijgelovigers