brandbaar

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Etymology[edit]

brand +‎ -baar

Pronunciation[edit]

Adjective[edit]

brandbaar (comparative brandbaarder, superlative brandbaarst)

  1. flammable

Declension[edit]

Inflection of brandbaar
uninflected brandbaar
inflected brandbare
comparative brandbaarder
positive comparative superlative
predicative/adverbial brandbaar brandbaarder het brandbaarst
het brandbaarste
indefinite m./f. sing. brandbare brandbaardere brandbaarste
n. sing. brandbaar brandbaarder brandbaarste
plural brandbare brandbaardere brandbaarste
definite brandbare brandbaardere brandbaarste
partitive brandbaars brandbaarders