briller

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to navigation Jump to search

Danish[edit]

Noun[edit]

briller

  1. (plural only) glasses, spectacles

Declension[edit]

Noun[edit]

briller

  1. indefinite plural of brille

Dutch[edit]

Etymology[edit]

From bril +‎ -er.

Pronunciation[edit]

Noun[edit]

briller m (plural brillers)

  1. (uncommon) person wearing glasses
    • 1978, Edgar Cairo, Djari/Erven, page 55.
      Brillers, verzorgt uw ogen met zorg! [] '
      (please add an English translation of this quote)
    • 1986, Kees van Kooten & Wim de Bie, "Mens durf te brillen!", in Het groot bescheurboek. Een bloemlezing van de tussen 1973 en 1986 verschenen Bescheurkalenders, page 30.
      Ik hèb ook wel een bril, voor bij de teevee thuis, in de auto en in de bioskoop of het theater (een mooi toneelstuk) maar het is dus niet zo dat ik 's ochtends meteen m'n bril opzet, zoals de echte briller doet.
      (please add an English translation of this quote)
    • 2016 February 21, Nele De Meyer, "Eline De Munck: “Afhankelijk zijn van de media maakte me onrustig. Dat wilde ik niet langer”". Het Laatste Nieuws.
      [] Er zijn twee soorten brillers: de mensen die één worden met hun bril en de mensen die van bril wisselen naargelang hun gemoed of outfit. Ik behoor duidelijk tot die tweede categorie.”
      (please add an English translation of this quote)

French[edit]

Etymology[edit]

Borrowed from Italian brillare, of uncertain origin, but possibly a derivative of Latin beryllus.

Pronunciation[edit]

  • IPA(key): /bʁi.je/
  • (file)

Verb[edit]

briller

  1. (intransitive) to shine, to sparkle

Conjugation[edit]

Derived terms[edit]

Further reading[edit]


Norwegian Bokmål[edit]

Noun[edit]

briller m or f

  1. indefinite plural of brille

Norwegian Nynorsk[edit]

Noun[edit]

briller f

  1. indefinite plural of brille